Zicht op kinderogen

Ben je bijziend? Volgens Australische onderzoekers is het waarschijnlijk dat je dan te weinig buiten bent geweest. Kinderen die veel binnen zijn, zien te weinig licht en ontwikkelen te lange oogbollen.


Uit meerdere onderzoeken ook door de afdeling oogheelkunde van het Erasmus ziekenhuis Rotterdam blijkt:

  1. Het komt vaker voor dan 30 jaar geleden (onderzoek in de  USA: 1972 25% jongeren – 2002 40% van de jongeren, hebben een vorm van bijziendheid).
  2. Afkomst is een bepalende factor Aziaten hebben 70-80% kans om bijziend te worden.
  3. Natuurlijk heeft erfelijkheid een grote invloed; men is op zoek naar ‘het’ gen dat bijziendheid ‘bij zich draagt’ of stimuleert.( Het zogeheten My(oop) ST(udie) onderzoek van het Erasmus Ziekenhuis) Er blijkt  wel een duidelijk verschil tussen de sterkere bijziendheid van meer dan  -6,00 en de lagere van –2,00 tot –4,00.
  4. Omgevingsfactoren spelen een grote rol. Hoe vaak speelt uw kind buiten, hoe lang zit het achter een beeldscherm/boek. Hoe donker is het binnen ed. Uit vergelijkende onderzoeken die al jaren lopen, blijkt  dat al deze invloeden erg bepalend kunnen zijn in het wel of niet bijziend worden.

Is er een bepaald risico?
Voor de lage bijziendheid is er geen oogheelkundig groter risico, dan mensen zonder een bril of mensen met een plus-bril. Natuurlijk zijn er wel praktische bezwaren van het minder zien op jongere leeftijd maar geen oogheelkundig hogere risico’s. 
Voor de hogere waarden blijkt dat anders te liggen. Bij sterkere bijziendheid (boven de –6.00) wordt het oog ‘langer’ en daardoor wat zwakker van ‘constructie’ dus het risico op versnelde veroudering, netvliesproblemen ed liggen op de loer. Dat betekent dat, vanaf ongeveer 30 jaar, regelmatig (jaarlijks) oogonderzoek (dus niet alleen controle van de sterkte!) steeds meer noodzakelijk wordt geacht.

Is het te voorkomen?
Daar zit hem nu net de kneep, omdat we niet weten hoe en waarom bijziendheid  ontstaat, is het dus ook niet te voorkomen. Dat blijkt uit de onderzoeken, want in alle test-groepen bij de onderzoeken komen toch steeds wisselende uitslagen voor, zodat er geen éénduidige oorzaak valt vast te stellen. 

Dat maakt het voor de onderzoekers natuurlijk mateloos interessant tenslotte er is nog zoveel een mysterie. Maar voor ouders natuurlijk niet makkelijker.

Wat is wel duidelijk:

  1. Te veel achter een beeldscherm of in een boek verhoogtgewoon het risico. Dat wil zeggen ook al is uw kind een lezer of een speler (op zijn PC), stuur hem naar buiten en/of laat hem elk uur ontspanningsoefeningen doen met zijn ogen vooral oogyoga en ooggym (zie mijnvisuelecoach.nl).
  2. Uit een groot onderzoek in Australië en Hong Kong blijkt dat het ‘achteruitgaan’ van de ogen toch wel te beïnvloeden valt  door de manier van correctie (bril of contactlenzen). We hebben het dan wel over de groep die elk jaar één punt of meer achteruitgaat. Het blijkt dat bij contactlenzen het achteruitgaan vertraagt terwijl bij de vergelijkende groep met een bril het met het zelfde tempo achteruitgaat. Het vervelende is natuurlijk dat het waarom niet echt duidelijk is.
    Vandaar ook in Nederland, het taboe van contactlenzen bij jongeren er bij iedereen wel af is. Wel natuurlijk onder een strenge controle, tenslotte het oog is nog in de groei dus mag niet nadelige beïnvloed worden door die contactlenzen. Wij bij Trompper Optiek vragen dan ook onze jongeren tot 16 jaar elke 3 maanden op controle.

<< terug